Winterklaar maken van huizen en andere gebouwen
• Zet bij vorst de thermostaat op minimaal 10°C en draai in het hele gebouw de radiatoren open, ook in de ruimten waar zich de watermeter, hoofdkraan en leidingen bevinden.
• Zorg dat de cv-pomp blijft draaien. Stel de ketelwatertemperatuur in op minimaal 50°C en de boiler op minimaal 60°C.
• Controleer of de hoofdkraan goed sluit. Mocht er een defect aan de waterleiding ontstaan, dan voorkomt u hiermee eventuele waterschade.
• Bij vorst moet u (buiten)kranen en leidingen in onverwarmde ruimten, zoals de garage, afsluiten en aftappen. Vergeet niet om na de vorstperiode de leidingen voor gebruik eerst goed door te spoelen.
• Verwijder bladeren, takken en ander afval uit de dakgoot. Als het vriest kan het dak daardoor beschadigen.
• Zorg ervoor dat het water goed van de daken kan stromen, zodat er geen water op het dak blijft staan.




